De ideale baas is een macho?
Mon 01 November 2010
, Maurice Eykman, LEAP
Onderzoek Intermediair roept meer vragen op dan het beantwoordt..
In economisch moeilijke tijden hebben mensen voorkeur voor masculiene leiders, volgens een nieuw onderzoek van Intermediair en Rijksuniversiteit Groningen deden. Dat onderzoek werd gedaan onder 1561 hoog-opgeleiden, waarvan 52% man en 48% vrouw. Hoeveel en waarom deze respondenten een voorkeur voor masculiene leiders uitspraken wordt echter niet duidelijk. En dat zouden we nu juist graag willen weten! Vooral omdat de resultaten de onderzoekers zelf ook verrasten.
Janka Stoker, hoogleraar leiderschap aan de Rijksuniversiteit Groningen,is verbaasd: ‘Ik geef toe: zelfs een beetje teleurgesteld.’ Zij had verwacht dat feminiene leiders de voorkeur zouden krijgen omdat de crises – ook volgens 95% van de respondenten van dit onderzoek - mede is veroorzaakt door falend leiderschap. Hoe kan het dan dat masculiene leiders populairder worden als men aan de crisis denkt, zo vragen wij ons met de onderzoekers af. Het vreemde is namelijk ook dat als zij de respondenten vroegen hun eigen leidinggevende te typeren en een rapportcijfer te geven, de masculiene leiders het juist minder goed bleken te doen. Androgyne leiders scoorden een 7,7, feminiene leiders een dikke zeven en masculiene een mager zesje. Waarom beïnvloedt die ervaring uit de praktijk dan het ideaalbeeld niet?
Bram Buunk, hoogleraar evolutionaire sociale psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, verklaart dat op safe spelen vanuit evolutionair perspectief. Hij zegt dat primitieve oerdriften en onbewuste processen in belangrijke mate ons gedrag bepalen: ‘In tijden van onzekerheid hebben we behoefte aan een mannelijke leider die voor kan gaan in de strijd met de bedreiging’.
Dat blijkt ook uit Amerikaans onderzoek naar aanleiding van de allereerste overwinning van vrouwen bij de primary elections afgelopen juni in een aantal staten. Conclusie: de problemen die moeten worden opgelost bepalen hoe de verdeling tussen de sexen is bij een verkiezing. In 2004, na 9/11 en met twee nieuwe oorlogen ging de voorkeur van de Amerikanen uit naar mannen. Nu, in 2010, naar de vrouwen vanwege de talloze schandalen die het congres en de senaat omringen. Ergo, ‘walk the talk’, het verschil in voorkeur is afhankelijk van een externe of interne bedreiging.
Ook in Nederland geldt de voorkeur voor masculiene leiders alleen bij dreigingen van buitenaf, beaamt Buunk. ‘Als de dreiging van binnenuit komt, bijvoorbeeld omdat het los van de conjunctuur niet goed gaat met een bedrijf, geven mensen de voorkeur aan een vrouwelijk leider'. Eerder onderzoek van Janka Stoker e.a. liet dit ook zien. Verklaring: aan vrouwen worden doorgaans meer communicatieve vaardigheden en bindende eigenschappen toegekend - handig bij interne problemen.
Dit alles op een rijtje zettend, begrijpen we steeds minder waarom de voorkeur van respondenten in dit laatste onderzoek dan toch uitgaat naar masculiene leiders. We zijn immers in de praktijk tevredener over feminiene dan over masculiene leiders en we hebben niet te maken met een dreiging van buitenaf maar met ‘interne problemen’ veroorzaakt door falend leiderschap. Zijn wij in het in de praktijk uitoefenen van onze theoretische voorkeuren zo anders dan in US? Zijn wij in Nederland nog niet toe aan ‘walk – the – talk’?
Wij willen dan ook heel graag weten wat de vraag was waarop het antwoord: masculien graag! was. En hoeveel mensen dat antwoord gaven. En hoeveel van die mensen mannen waren? En dan nog eens kijken of en zo ja welke verklaring hiervoor is.
Lees hier het artikel in Intermediair.


